Hoe voorkom je dat jouw vermogensbeheerder in jouw Ferrari rijdt’. Dat is de subtitel van het boek ‘De Beleggingsillusie’ van Marius Kerdel en Jolmer Schukken. Ik moest terugdenken aan dit boek toen mijn oog laatst viel op een artikel van de website fondsnieuws.nl.

Nieuwe wetgeving dwingt af dat banken en vermogensbeheerders met de billen bloot moeten. Vanaf 31 december 2018 zijn financiële instellingen namelijk verplicht om alle kosten, zowel de directe als indirecte kosten, aan hun klanten te rapporteren.

Deze kostentransparantie biedt een kijkje achter de schermen en levert soms schokkende resultaten op. Zo blijken jaarlijkse kosten van gemiddeld 2,5% per jaar meer regel dan uitzondering. De vraag is dan: hoe kan je als belegger nog een acceptabel rendement behalen als je kosten zo hoog zijn?

In het bewuste artikel van Fondsnieuws.nl werd de CEO van een vermogensbeheerder genoemd. Laten we de vermogensbeheerder voor het gemak De Gele Roos noemen. Volgens De Gele Roos is transparantie goed, maar kan er beter naar rendement worden gekeken dan naar kosten.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. De kosten van deze vermogensbeheerder blijken schrikbarend hoog. Zo is een klant, die 1 miljoen euro belegt in een zeer offensief risicoprofiel, 2,56% aan kosten kwijt per jaar. Ter vergelijking: onze totale kosten voor een vergelijkbare portefeuille bedragen 0,8% per jaar. Onze klanten betalen per jaar dus 1,76% minder kosten.

Als we het heel simpel zouden bekijken, dan moet De Gele Roos jaarlijks 1,76% beter presteren dan iBeleggen. Maar de praktijk is veel weerbarstiger. Immers, om het jaarlijkse gat van 1,76% te dichten, moet De Gele Roos meer risico gaan nemen. Als er meer risico wordt genomen, neemt de beweeglijkheid van de portefeuille toe. Dat betekent dat ook negatieve koersuitslagen groter zullen worden, waardoor De Gele Roos ergens tussen de 2 en 3% per jaar beter moet presteren om iBeleggen bij te blijven. Wetende dat wij zoveel mogelijk de markt volgen, wordt dat een lastige, zo niet onmogelijke missie.

Het effect van kosten op het rendement is verwoestend. Voor de meer visueel ingestelde lezer maakt de volgende illustratie dat inzichtelijk. Stel dat zowel De Gele Roos als iBeleggen, over een periode van 15 jaar, een bruto rendement behalen van 9% per jaar. Dan blijft er, na aftrek van kosten, aan het einde van de rit maar liefst liefs € 640.000 meer over bij iBeleggen.

In het geval van vermogensbeheerder De Gele Roos zou de subtitel ‘Hoe voorkom dat je dat jouw vermogensbeheerder in jouw beide Ferrari’s rijdt’ beter tot zijn recht komen.