Een aantal weken geleden kreeg ik het bericht van de SNS Bank dat de rente op mijn spaarrekening wederom verlaagd is, van 0,3% naar 0,25%. Voor velen van u is dit ongetwijfeld herkenbaar. Gekscherend gebruiken wij wel eens de uitspraak ‘Alleen écht rijke mensen kunnen zich sparen veroorloven’. Zo’n beetje iedereen weet dat sparen op dit moment niks oplevert, maar hoe was dat in het (nabije) verleden? Wat is het beeld als je sparen in verschillende historische periodes afzet tegen beleggen?

De risico’s van sparen
Dat beleggen risico’s met zich meebrengt zal voor u geen verrassing zijn. Een veel voorkomende denkfout is echter dat sparen risicoloos is. Sinds de debacles van Lehman Brothers, Fortis, SNS bank en DSB bank weten we dat geld op een spaarrekening bij een willekeurige bank niet per definitie veilig is. Het is inmiddels zelfs Europees beleid geworden dat ook spaarders bij een faillissement voor een belangrijk deel voor de financiële gevolgen moeten opdraaien.

Verder moet u er rekening mee houden dat liquiditeiten bij banken maar tot 100.000 euro gegarandeerd zijn onder het depositogarantiestelsel. Bedragen hierboven kunt u allerminst risicoloos bij eenzelfde bank onderbrengen. Daarbij komt dat dit een overheidsgarantie betreft, welke in theorie ad-hoc afgebouwd zou kunnen worden zodra de overheid dit opportuun acht. En dan hebben we nog inflatie. Met een hoge inflatie is sparen inherent aan met zekerheid interen op uw vermogen, zeker als u ook de vermogensrendementsheffing meeneemt.

Nederlandse huishoudens hebben op dit moment zo’n 345 miljard euro aan spaartegoeden. Wat is wijsheid, gezien de recente historie? Dit ‘veilig’ op een spaarrekening laten staan of toch gaan beleggen?

Sparen versus beleggen: een blik op de historie
Op dit moment staat de spaarrente op een historisch laag niveau. Dat was 25 jaar geleden wel anders. In 1993 bijvoorbeeld hadden we te maken met een spaarrente van 7,20%.

Onderstaande grafiek geeft de rente- en inflatieontwikkeling weer van 1991 tot 2017. De groene lijn is de reële rente, oftewel: de nominale spaarrente gecorrigeerd voor de inflatie. Dit kunt u zien als de werkelijke opbrengst van uw spaargeld.

Bron: CBS statline/nl.inflation.eu

In onderstaande grafiek ziet u de cumulatieve opbrengst van de reëele rente ten opzichte het cumulatief rendement van de MSCI World Index over de afgelopen 25 jaar. Deze index omvat 23 ontwikkelde landen die samen ongeveer 85% van de totale marktkapitalisatie vertegenwoordigen en is daarmee een reële afspiegeling van de aandelenmarkt.

Sparen heeft over een periode van 25 jaar dus een cumulatief rendement opgeleverd van 25%. Dit is onvergelijkbaar met het rendement van 198% voor de MSCI World Index. In de grafiek ziet u een belangrijk verschil in het verloop van beide lijnen: het rendement van de MSCI World Index is veel beweeglijker dan die van de reële rente. Schommelingen in de waarde van uw vermogen horen bij beleggen, dus houd daar rekening mee in uw overwegingen.

De rendementen zijn gecorrigeerd voor de (Nederlandse) inflatie. De startwaarde voor beide lijnen is 100.
Bron: CBS statline/nl.inflation.eu

Sparen versus beleggen in en rondom crises
Zijn er dan tijdspannen denkbaar waarin sparen wél beter rendeert dan beleggen? Crises zijn periodes waarin beleggers veelal uit de aandelenmarkt stappen en toevlucht zoeken in ogenschijnlijk veilige alternatieven, zoals grondstoffen (bijvoorbeeld goud) of een spaarrekening.

Ik belicht twee crises die zich de 25 afgelopen hebben voorgedaan: de internetbubbel (dot-com bubble) en de kredietcrises.

Internetbubble
Tussen 1997 en het voorjaar van 2000 stegen de aandelenkoersen tot irreëel hoge niveaus, totdat in april 2000 de zeepbel ‘knapte’. In de onderstaande grafiek zet ik wederom het rendement van de MSCI World Index af tegen de cumulatieve opbrengst van sparen.

De rendementen zijn gecorrigeerd voor de (Nederlandse) inflatie. De startwaarde voor beide lijnen is 100.
Bron: CBS statline/nl.inflation.eu

Van 1996 tot 2003 had de MSCI World Index u nog net iets meer rendement opgeleverd dan sparen (1,4% versus 0,2%). Wel zou uw geduld als belegger erg op de proef zijn gesteld deze periode, aangezien de MSCI World Index in waarde halveerde tussen 2000 en 2002.

Wellicht vindt u het verrassend dat sparen over deze periode van zeven jaar per saldo niks heeft opgeleverd. Het betreft immers een hele andere periode dan nu: waar we op dit moment te maken hebben met een spaarrente van zo’n 0,5%, was de (nominale) spaarrente in deze periode gemiddeld 3%. Boosdoener voor de spaarders toen was echter de relatief hoge inflatie van 4,5% in 2000 en 3,4% in 2001. Reden te meer om in uw overwegingen om te gaan sparen of beleggen de inflatie mee te rekenen.

Kredietcrisis
In de periode 2001 tot 2007 namen banken in Amerika teveel risico bij het verstrekken van hypotheken, waardoor veel huiseigenaren in 2007 door een stijgende rente hun hypotheek niet meer konden (af)betalen. Hierdoor kregen de banken forse liquiditeitsproblemen en dreigden ze één voor één als dominostenen om te vallen. In onderstaande grafiek zet ik wederom de MSCI World Index af tegen de cumulatieve opbrengst van sparen. Rondom de kredietcrisis was u als belegger dus beter af geweest als u uw vermogen op een spaarrekening zou hebben gezet.

De rendementen zijn gecorrigeerd voor de (Nederlandse) inflatie. De startwaarde voor beide lijnen is 100.
Bron: CBS statline/nl.inflation.eu

Sparen versus beleggen en de beleggingshorizon
Belangrijke kanttekening hierbij is echter wel dat we het hier maar over een periode van vijf jaar hebben, terwijl voor beleggen in aandelen een belegbare periode van zo’n 15 jaar raadzaam is. De periode dat u uw geld kunt wegzetten, wordt uw ‘beleggingshorizon’ genoemd. Dit is een essentieel onderdeel bij het maken van uw keuze tussen sparen of beleggen.

Natuurlijk zijn er jaren dat sparen beter rendeert dan beleggen. Neem bijvoorbeeld het kredietcrisisjaar 2008, toen de MSCI World Index een rendement behaalde van -40,22%. Doordat (aandelen)markten zeer volatiel kunnen zijn, is het belangrijk dat beleggers een voldoende lange beleggingshorizon hebben. Op deze manier heeft u immers altijd genoeg tijd om te herstellen van koersdalingen.

Voor het beleggen in uitsluitend aandelen is bij iBeleggen een horizon vereist van tenminste 15 jaar. In onderstaande grafiek ziet u de cumulatieve opbrengst van de reëel rente en het cumulatief rendement van de MSCI World Index voor een periode van 15 jaar, met de kredietcrisis hierin meegenomen. In één opslag ziet u dat beleggen dan wél een hoger rendement zou hebben opgeleverd dan sparen.

De rendementen zijn gecorrigeerd voor de (Nederlandse) inflatie. De startwaarde voor beide lijnen is 100.
Bron: CBS statline/nl.inflation.eu

Conclusie
Mijn conclusie is dat u in de meeste gevallen het beste kunt sparen én beleggen. Welk deel u van uw vermogen op een spaarrekening zet en welk deel u belegt, hangt in sterke mate samen met uw beleggingshorizon en hoeveel waardeschommelingen u bereid bent te accepteren met uw vermogen.

Wat uit dit mini-onderzoekje blijkt is dat – mits uw beleggingshorizon lang genoeg is – het vanuit rendementsperspectief eigenlijk altijd loont om te beleggen. Wel moet u spreekwoordelijk gezien niet wakker liggen van tussentijdse ‘dips’, want beleggen zonder risico op koersdalingen bestaat niet.

Mocht u besluiten om te gaan beleggen, denk dan in elk geval goed na over uw beleggingshorizon. Beleg niet met geld dat u binnen nu en drie jaar nodig hebt. Heeft u een beleggingshorizon van drie tot zeven jaar, beleg dan hoofdzakelijk in obligaties en maar voor een minderheid in aandelen. Pas vanaf een horizon van acht jaar is het raadzaam om overwegend in aandelen te beleggen.

En of u nou belegt in aandelen, obligaties of (beursgenoteerd) vastgoed: neem te allen tijde de volgende basisprincipes in acht: spreiding en lage kosten.